De plastic soep

Tussen Hawaï en San Francisco drijft een enorme hoeveelheid afval; een plastic soep met een omvang van 34 keer de oppervlakte van Nederland (41.528 km2). Deze plastic soep is ‘ontdekt’ door Charles Moore, toen hij met zijn boot door dit gebied voer en zichzelf dag in dag uit omringd vond met plastic afval. Hij keerde later terug met wetenschappelijke apparatuur om de totale omvang van de soep bepalen. De plastic soep vormt een grote bedreiging voor tal van zee(zoog)dieren.

De soep bevat 44 miljoen kilo plastic. Dit plastic bestaat uit grote, maar ook hele kleine stukjes (minder dan 0.3 millimeter). Omdat het uit verschillende groottes bestaat, vormt het een gevaar voor een groot deel van de dieren die in zee leven. De grote stukken plastic vormen een bedreiging omdat grotere (zoog)dieren erin vast komen te zitten en hierdoor verdrinken of stikken. De kleine stukjes (plastic valt na verloop van tijd in steeds kleinere deeltjes uiteen) worden door veel dieren als voedsel aangezien en belanden in hun magen. Plastic granulaat bestaat uit kleine bolletjes zo groot als zandkorrels. De levensduur van deze bolletjes is ongeveer 3 tot 10 jaar, maar de additieven in het granulaat kunnen wel 30-50 jaar meegaan.  Deze bolletjes nemen ook makkelijk gifstoffen op die, door menselijk toedoen, in het water voorkomen. Vissen eten deze bolletjes en krijgen zo de gifstoffen binnen. Deze gifstoffen worden opgeslagen in het vetweefsel van de dieren. Bij voedselschaarste wordt dit vetweefsel verbruikt voor energie en komen de gifstoffen vrij, met alle nadelige gevolgen van dien. En wanneer mensen de vis eten, komen deze gifstoffen in het lichaam van de mens terecht. De kleinere stukjes plastic worden ook aangezien voor eten door vogels en zeezoogdieren. Na consumptie van het plastic duurt het een maand tot 2 jaar voordat het plastic weer uit het lijf van het dier is. Al deze tijd zit het plastic in het lichaam van het dier, waardoor het minder goed voedsel op kan nemen en ook het hongergevoel wordt weggenomen.  Dit heeft een sterk negatieve invloed op de conditie van het dier, met zelfs mogelijk de dood tot gevolg. Bij jarenlang onderzoek naar Noordse Stormvogels werd bij 98% van de vogels plastic in de maag aangetroffen. In 2004 vond er een massale sterfte onder Noordse Stormvogels in de Zuidelijke Noordzee plaats, waarbij gif uit gegeten plastic een grote rol bij lijkt te hebben gespeeld.

Afval in zee beïnvloedt maar liefst 267 soorten wereldwijd. 86% van alle zeeschildpadden (die plastic zakken makkelijk aanzien voor smakelijke kwallen) worden door plastic bedreigd, 44% van de zeevogels en 43% van alle zeezoogdieren. Dit zijn slechts voorzichtige schattingen, want de meeste dieren die gedood worden door plastic zullen verdwijnen in de oceaan. Zij worden niet gevonden en dus ook niet meegerekend met deze getallen.

Vooral jonge zeeleeuwen worden het slachtoffer van plastic. Nieuwsgierig en speels als zij van nature zijn, worden zij aangetrokken door het ronddrijvend afval. Vaak met fatale gevolgen; jonge zeeleeuwen raken verstrikt in plastic en sterven uiteindelijk een langzame en pijnlijke dood door verstikking, of omdat het plastic zich steeds dieper in het vel boort (omdat het niet met het dier meegroeit). Tragisch genoeg zal na de dood van de zeeleeuw het plastic nog lang niet zijn afgebroken en is het weer klaar voor een nieuw slachtoffer.

De plastic soep is erg moeilijk op te ruimen. Grote stukken plastic zouden nog uit het water gezeefd kunnen worden, maar voor de kleinere deeltjes is dit bijna onmogelijk. Al het plankton zou dan ook uit het water gezeefd worden. Het is van groot belang dat de toevoer van plastic afval in de oceanen zo snel mogelijk stopt.